Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[naam 2] [woonplaats],
[naam 3]te [woonplaats],
Rechtbank Den Haag
Eiser en gedaagden waren vennoten in een vennootschap onder firma (vof). Eiser is per 31 augustus 2018 vrijwillig uitgetreden, waarna gedaagden de onderneming voortzetten. De rechtbank beoordeelde de aanspraak van eiser op vergoeding van zijn aandeel in de vof.
Een deskundige stelde de economische waarde van de onderneming vast via de discounted cashflow-methode (DCF). Gedaagden betwistten deze methode vanwege de bijzondere risico's in de coffeeshopbranche, maar de rechtbank achtte de DCF-methode bruikbaar en paste correcties toe voor de specifieke risico's en onzekerheden van de branche.
De rechtbank bepaalde de vergoeding voor eiser op €1.291.800, verminderd met latere opnames, en veroordeelde gedaagden tot betaling van €10.000 aan verbeurde dwangsommen wegens te late verstrekking van administratie. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden moeten eiser €1.291.800 minus latere opnames betalen en €10.000 aan dwangsommen wegens voortzetting vof na uittreden eiser.