ECLI:NL:RBDHA:2025:6020
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs handel in harddrugs en afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
De rechtbank Den Haag behandelde op 27 maart 2025 de strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van het telen, bereiden, verwerken, verkopen en vervoeren van harddrugs tussen maart 2022 en april 2023. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het tenlastegelegde, met een verkorte pleegperiode vanaf februari 2023, gebaseerd op dossierstukken en getuigenverhoren.
De verdediging voerde aan dat de verdachte slechts contact had met een medeverdachte vanwege vriendschap en het gebruik van softdrugs, en dat er geen bewijs was voor betrokkenheid bij handel in harddrugs. De rechtbank oordeelde dat hoewel er aanwijzingen waren voor handel in softdrugs, er geen wettig en overtuigend bewijs was dat de verdachte handelde in harddrugs zoals ten laste gelegd.
Verder behandelde de rechtbank een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Gezien de vrijspraak wees de rechtbank deze vordering af. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde en hechtte het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs en vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen.