Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[betrokkene]
Het verloop van de procedure
Overwegingen
Beslissing
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze zaak staat centraal of de officier van justitie terecht een proceskostenvergoeding heeft toegekend aan de gemachtigde van betrokkene na vernietiging van een administratieve sanctie. Betrokkene had beroep ingesteld tegen de sanctie, waarna de officier van justitie de sanctie vernietigde en proceskostenvergoeding toekende. De gemachtigde stelde beroep in tegen deze toekenning.
De kantonrechter overwoog dat artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) de exclusieve bevoegdheid aan de kantonrechter geeft om proceskosten toe te kennen in deze zaken. De rechtbank volgde niet het standpunt van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de toepassing van artikel 13a, tweede lid, WAHV mogelijk in strijd is met het discriminatieverbod uit verdragen.
De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat om de proceskostenvergoeding in WAHV-zaken te verlagen ten opzichte van andere bestuursrechtelijke zaken. Tevens wees de rechtbank erop dat deze extra factor in alle fasen van het geding moet worden toegepast bij vernietiging van de boete of wijziging van het sanctiebedrag.
Gelet op de zaakinhoud en waardering achtte de kantonrechter de toegekende vergoeding van €156,00 terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot wijziging van de proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van een proceskostenvergoeding van €156,00 wordt ongegrond verklaard.