Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[gedaagde 1] pro se en in hoedanigheid van executeur van
[erflater], te [woonplaats] ,
[gedaagde 2], te [woonplaats] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 juni 2024, met beslagstukken en de producties 1 t/m 36;
- de conclusie van antwoord, met de producties 1 t/m 18;
- het tussenvonnis van 30 oktober 2024, waarbij een mondelinge behandeling is gelast;
- de akte tot het in het geding brengen van stukken van [eiseres] , met de producties 37 en 38.
2.De feiten
3.Het geschil
€ 524.605,05 bedraagt en de legitieme van [eiseres] vaststelt op het 1/8e gedeelte van dit bedrag, zijnde € 65.575,63;
4.De beoordeling
€ 17.741,81 heeft ontvangen.