ECLI:NL:RBDHA:2025:606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 17 januari 2025 behandeld.
De rechtbank stelde voorafgaand aan de zitting vast dat het beroep te laat was ingediend en heeft de ontvankelijkheid daarvan aan de orde gesteld. Eiser erkende de termijnoverschrijding maar voerde verschoonbare redenen aan, waaronder het ontbreken van professionele juridische bijstand en psychische problemen.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde redenen onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Uit de correspondentie en notities van Vluchtelingenwerk Nederland bleek dat eiser al vroeg wist dat zijn advocaat geen beroep zou instellen en dat hij onvoldoende inspanningen had geleverd om tijdig een andere advocaat te vinden. Ook de psychische problemen waren niet zodanig onderbouwd dat zij een verschoonbare reden vormden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan de inhoudelijke behandeling. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.