ECLI:NL:RBDHA:2025:6062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling wegens risico op onttrekking toezicht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De eiser betwistte de aan de maatregel ten grondslag gelegde zware en lichte gronden niet, die voldoende waren om de bewaring te dragen vanwege het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde dat de minister onderzoek had moeten doen naar mogelijke risico's bij terugkeer naar Polen, waaronder een dreiging voor zijn leven, en dat een lichter middel passend zou zijn geweest vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en psychische gezondheid. De rechtbank oordeelde dat de minister geen onderzoek hoefde te doen naar terugkeerrisico's in deze procedure, omdat het alleen ging om de rechtmatigheid van de bewaring, niet om uitzetting.
Verder vond de rechtbank dat de minister terecht geen lichter middel toepaste, mede omdat eiser geen actie had ondernomen om zijn verblijf te legaliseren of vrijwillig te vertrekken. De psychische gezondheid en het suïciderisico werden adequaat opgevangen binnen het detentiecentrum. De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.