ECLI:NL:RBDHA:2025:6069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid problemen met Taliban in Afghanistan
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door de Taliban, voortkomend uit de werkzaamheden van zijn vader voor buitenlandse organisaties. De minister wees de aanvraag af omdat de verklaringen over de problemen met de Taliban niet geloofwaardig waren bevonden. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn zienswijze en aanvullende documenten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de zienswijze voldoende had betrokken en dat de ongeloofwaardigheid van het tweede asielmotief terecht was vastgesteld. Eiser kon onvoldoende onderbouwen met welke organisaties zijn vader samenwerkte en hoe de bedreigingen precies verliepen. Ook de nieuwe documenten uit Afghanistan gaven geen ander licht op de zaak, mede omdat eiser deze niet eerder had genoemd en de inhoud niet overtuigend was.
De rechtbank concludeerde dat het asielrelaas, met name de problemen met de Taliban, niet aannemelijk was gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de problemen met de Taliban.