ECLI:NL:RBDHA:2025:6087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvragen op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eisers, een Iraans echtpaar, dienden op 13 september 2024 asielaanvragen in Nederland in. Nederland stelde vast dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat eisers daar eerder een visum ontvingen. Verweerder nam de aanvragen niet in behandeling en verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de Dublinverordening.
Eisers voerden aan dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot een reëel risico op schending van hun rechten en dat verweerder artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen wegens bijzondere hardheid. Zij stelden dat zij ook in Frankrijk vrezen voor het Iraanse regime en overlegden foto's ter onderbouwing van hun vrees.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. De door eisers overgelegde stukken konden niet overtuigend aantonen dat overdracht aan Frankrijk onevenredig hard zou zijn. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.