Op 7 december 2024 zijn de ouders en zus van de minderjarige omgekomen bij een explosie in hun woning, waarbij de minderjarige als enige overlevende werd gered door zijn oom en tante. Sindsdien verblijft het kind bij hen. De ouders waren gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, dat door hun overlijden is komen te vervallen, waardoor een gezagsvacuüm ontstond.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzocht wie het beste de voogdij kan dragen en concludeerde dat de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (JBW) met de voogdij moet worden belast. Dit vanwege de noodzaak tot monitoring van de ontwikkeling van het kind, het bieden van hulpverlening en het afhandelen van praktische zaken zoals school en nalatenschap. Hoewel de oom en tante graag de voogdij willen, acht de Raad het voor hen te belastend om dit nu al op zich te nemen.
De rechtbank onderschrijft dit standpunt en benadrukt de emotionele impact en het grote verlies dat de familie nog dagelijks ervaart. De voogdij wordt daarom voorlopig aan JBW toegewezen, met het vertrouwen dat op termijn de voogdij aan de oom en tante zal worden overgedragen. De rechtbank heeft tevens een persoonlijke brief aan de minderjarige gericht om hem gerust te stellen over zijn woonplaats en de zorg die hij ontvangt.
De beschikking is op 21 maart 2025 uitgesproken door kinderrechter S.J. Huizenga en griffier T.D. Somer, waarbij JBW officieel wordt belast met de voogdij over de minderjarige.