Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], (V-nummer: [V-nummer]), eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
1. Of de Tri ook van toepassing is op een vreemdeling die al geruime tijd in vreemdelingenbewaring zit en op enig moment tijdens die (nog immer onafgebroken voortdurende vreemdelingenbewaring) asiel heeft gevraagd, op grond van welke (herhaalde en kansloze) aanvraag gedurende enige dagen procedureel rechtmatig verblijf is ontstaan.
31 Volgens artikel 2, lid 1, van richtlijn 2008/115, en behoudens de in artikel 2, lid 2, ervan bepaalde uitzonderingen, is deze richtlijn van toepassing op iedere illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende onderdaan van een derde land. Verder volgt uit artikel 3, punt 2, van die richtlijn, gelezen in samenhang met in het bijzonder artikel 1 ervan Pro, dat iedere onderdaan van een derde land die zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt zonder te voldoen aan de voorwaarden voor toegang tot dan wel verblijf of vestiging in die lidstaat, zich alleen al om die reden illegaal op het grondgebied van die lidstaat bevindt en binnen de werkingssfeer van die richtlijn valt [zie in die zin arresten van 19 juni 2018, Gnandi, C‑181/16, EU:C:2018:465, punt 39; 3 juni 2021, Westerwaldkreis, C‑546/19, EU:C:2021:432, punten 43 en 44, en 9 november 2023, Odbor azylové a miční politiky MV (Werkingssfeer van de terugkeerrichtlijn), C‑257/22, EU:C:2023:852, punt 36].
32 De werkingssfeer van deze richtlijn wordt dus uitsluitend bepaald door de situatie van illegaal verblijf waarin een onderdaan van een derde land zich bevindt, ongeacht de redenen die aan die situatie ten grondslag liggen of de maatregelen die tegen hem kunnen worden genomen (arrest van 3 juni 2021, Westerwaldkreis, C‑546/19, EU:C:2021:432, punt 45).
a) het belang van het kind;
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.