ECLI:NL:RBDHA:2025:6143
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin een aanvraag werd afgewezen. Na bezwaar tegen dit besluit heeft de minister op 4 maart 2025 het bezwaarschrift afgewezen. Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een lopende beroepsprocedure is tegen het besluit op bezwaar. Omdat dat hier niet het geval is, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een beroepsprocedure.