Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
de burgemeester van Hillegom, verweerder
Woonstichting Stek,uit Lisse (derde-partij)
Rechtbank Den Haag
Eiseres maakt bezwaar tegen de sluiting van haar woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat de politie bij een doorzoeking handelshoeveelheden drugs en attributen voor drugshandel aantrof. De burgemeester had de sluiting initieel voor zes maanden opgelegd, teruggebracht naar drie maanden na bezwaar.
Eiseres voert aan dat zij niet wist van de drugshandel, dat een last onder dwangsom aan haar (ex)-partner een passender maatregel zou zijn, en dat de sluiting onevenredig is gezien haar kwetsbare situatie, haar zorg voor haar kleinkind en haar beperkte financiële draagkracht. Ook wijst zij op de ontbinding van de huurovereenkomst door de derde-partij.
De rechtbank oordeelt dat de feiten en omstandigheden uit de politierapportage voldoende zijn om de noodzaak van de sluiting te dragen. De rechtbank acht de sluiting evenwichtig, omdat verweerder de kwetsbaarheid van eiseres heeft meegewogen maar meer gewicht mocht toekennen aan de drugshandel. De ontbinding van de huurovereenkomst is geen gevolg van het besluit en hoeft niet meegewogen te worden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de woningsluiting wordt ongegrond verklaard en de sluiting blijft voor drie maanden van kracht.