ECLI:NL:RBDHA:2025:6218

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2025
Publicatiedatum
15 april 2025
Zaaknummer
NL25.15687
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke asielzaak. Verzoeker had een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om opschorting van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit totdat op het beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat omdat de rechtbank op dezelfde dag reeds op het beroep had beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig was.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af als kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15687

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort totdat er op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.15686, heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2025 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.