ECLI:NL:RBDHA:2025:622
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in het kader van een beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de minister van Asiel en Migratie. Het bestreden besluit dateert van 13 november 2024 en is door de verzoeker aangevochten.
Op 10 januari 2025 vond de zitting plaats waarbij zowel verzoeker als de minister, vertegenwoordigd door hun gemachtigden, aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep behandeld. Tijdens de zitting was ook een tolk aanwezig.
De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.45611). Hierdoor is het treffen van een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.