ECLI:NL:RBDHA:2025:624
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag bij besluit van 14 november 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 10 januari 2025 behandeld. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tijdens de zitting is het onderzoek gesloten.
Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.45141). Omdat de hoofdzaak is beslist, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.