ECLI:NL:RBDHA:2025:6244
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag van verzoeker tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld.
Bij de uitspraak op de hoofdzaak (zaaknummer NL25.3311) heeft de rechtbank de beslissing op het beroep gegeven, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter N.M. Spelt en is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.