ECLI:NL:RBDHA:2025:6248
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst Eritrese asielzoeker
De rechtbank Den Haag heeft op 24 februari 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin een Eritrese asielzoeker beroep instelde tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De asielzoeker stelde dat hij Eritrese nationaliteit bezit en in 2006 geboren is, terwijl de minister uitgaat van een andere geboortedatum geregistreerd in Italië in 2000. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de identiteit en herkomst.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de identiteit, nationaliteit en herkomst van de asielzoeker ongeloofwaardig achtte. De overgelegde doopakte werd door een gespecialiseerd bureau als waarschijnlijk vals beoordeeld, en de verklaringen van de asielzoeker waren tegenstrijdig en summier, onder meer over zijn leeftijd en de dienstplicht in Eritrea. Hoewel de asielzoeker enige kennis van zijn vermeende herkomstgebied toonde, vond de rechtbank dit onvoldoende om zijn identiteit aannemelijk te maken.
De rechtbank wees ook het beroep af op humanitaire gronden tegen het opleggen van een inreisverbod, dat voor twee jaar is opgelegd. De omstandigheden van de asielzoeker rechtvaardigen dit niet. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit met inreisverbod blijft in stand.