Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
- De rechter heeft geen enkele van mijn stellingen inhoudelijk behandeld en uitsluitend de stelling van verweerder overgenomen, namelijk dat ik geen kopie van mijn paspoort zou hebben meegestuurd.
- Dit terwijl verweerder in zijn besluit nooit heeft gesteld dat een paspoortkopie ontbrak. De rechter heeft dus zelfstandig een nieuw argument voor verweerder geconstrueerd en mijn stellingen volledig genegeerd.
- Bewijsmateriaal waaruit blijkt dat ik aan alle vereisten heb voldaan, waaronder een kopie van mijn paspoort bij mijn tweede verzoek, is volledig genegeerd.
- De rechter meende dat ik tijdens de zitting eenvoudig een nieuw inzageverzoek kon doen, terwijl ik reeds een tweede verzoek had ingediend en een ingebrekestelling had verstuurd wegens het uitblijven van een beslissing daarop.
- Dit tweede verzoek is door de rechtbank volledig genegeerd met het argument dat ik alsnog een nieuw verzoek zou kunnen indienen, terwijl een dwangsom verschuldigd was wegens de overschrijding van de beslistermijn.
- De rechter bleef volhouden dat ik geen kopie van mijn paspoort had meegestuurd bij mijn eerste verzoek, terwijl verweerder zich hier in zijn besluit nooit op heeft beroepen.
- Dit standpunt werd door de rechter herhaald, ondanks het feit dat uit mijn tweede verzoek en de bijlange duidelijk blijkt dat de paspoortkopie was verstrekt.
- Tot mijn verbazing ontving ik na de zitting een zogenaamd besluit waarin werd beweerd dat mijn verzoek van 16 september 2024 al in oktober 2024 was afgehandeld.
- Dit besluit is overduidelijk vervalst en pas aangemaakt ná mijn melding dat er een dwangsom verschuldigd zou zijn wegens het uitblijven van een besluit op mijn tweede verzoek.”