ECLI:NL:RBDHA:2025:6259
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter in zorgregeling minderjarige
De gecertificeerde instelling en verzoekster hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter in een zaak over wijziging van de zorgregeling voor een minderjarige dochter.
Verzoekster stelde dat de kinderrechter onrechtmatig vragen stelde over haar woonsituatie, haar niet de gelegenheid gaf haar verhaal te doen, en de zitting voortzette na het wrakingsverzoek. De kinderrechter ontkende vooringenomenheid en verwees naar het proces-verbaal.
De wrakingskamer oordeelde dat het stellen van vragen over de woonsituatie binnen de taak van de rechter valt en niet wijst op partijdigheid. Ook was er geen bewijs dat verzoekster werd verhinderd haar verhaal te doen, en het voortzetten van de zitting vond niet plaats zonder schorsing. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.