ECLI:NL:RBDHA:2025:6303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor dienstweigering Rusland en Transnistrië
Eiser, met de Russische en Moldavische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vrees voor bestraffing bij terugkeer vanwege dienstweigering in Rusland en Transnistrië. Hij vreest gedwongen deelname aan de oorlog in Oekraïne en zware straffen.
De minister wees de aanvraag af omdat de enkele vrees voor bestraffing wegens dienstweigering onvoldoende is voor een verblijfsvergunning. De rechtbank toetste het beroep uitgaande van de geloofwaardigheid van de feiten zoals gesteld door eiser.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij direct zal worden ingezet in de oorlog of dat hij een onredelijk hoge straf van 15 jaar gevangenisstraf riskeert. Ook zijn christelijke geloof en algemene bezwaren tegen geweld zijn onvoldoende onderbouwd als onoverkomelijke gewetensbezwaren.
Ten aanzien van Transnistrië concludeerde de rechtbank dat de vrees voor gedwongen rekrutering onvoldoende concreet is en dat eiser zich in Moldavië kan vestigen zonder reëel risico op vervolging.
Daarnaast werd het late indienen van de asielaanvraag zonder verschoonbare reden meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.