Eiser, van Ethiopische nationaliteit en behorend tot de Tigray-bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in na de moord op zijn vader en vrees voor gedwongen rekrutering en onveilige omstandigheden in zijn regio. De minister wees de aanvraag af, stellende dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat de minister in het bestreden besluit de verklaringen van eiser over de dood van zijn vader aanvankelijk ongeloofwaardig achtte, maar deze later geloofwaardig vond zonder dit door te vertalen in de risicoanalyse. Dit leidde tot een motiveringsgebrek. Daarnaast achtte de rechtbank de vrees voor gedwongen rekrutering niet aannemelijk op basis van recente ambtsberichten.
De algemene veiligheidssituatie in de regio is verbeterd sinds het staakt-het-vuren, waardoor geen sprake is van een uitzonderlijke situatie die verblijf rechtvaardigt. De rechtbank concludeerde dat het beleid ‘eerdere confrontatie met wandaden’ onjuist werd toegepast door de minister en vernietigde het besluit. De minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen en de proceskosten van eiser vergoeden.