Eiser, een Marokkaanse zakenman met een eigen kledingzaak, verzocht om een visum voor kort verblijf voor familiebezoek in Nederland. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en twijfel over het voornemen om tijdig terug te keren, gebaseerd op vermeende onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het doel van het verblijf niet is aangetoond, aangezien eiser bewijs van de familierechtelijke band heeft geleverd met een uittreksel van de burgerlijke stand en een familieboekje. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom de sociale en economische binding onvoldoende zou zijn, terwijl eiser diverse documenten overlegde die een begin van bewijs vormen.
Daarnaast heeft de minister ten onrechte afgezien van een hoorzitting, terwijl die essentieel was om onduidelijkheden over de situatie van eiser te bespreken. De rechtbank vernietigt het besluit vanwege motiveringsgebreken en schending van de hoorplicht en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen na hoorzitting. Tevens worden de proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.