ECLI:NL:RBDHA:2025:634

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
21 januari 2025
Zaaknummer
NL24.39022
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2u VwArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij nareis aanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag dateert van 11 maart 2024, waarbij de minister de beslistermijn met drie maanden heeft verlengd, waardoor de uiterste beslisdatum op 9 september 2024 viel.

Eiseres stuurde een ingebrekestelling aan de minister, maar de rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is verzonden, omdat de beslistermijn op het moment van ingebrekestelling nog niet was verstreken. De datum van ontvangst van de ingebrekestelling is onduidelijk door tegenstrijdige data in de stukken, maar zelfs bij de vroegste datum was de termijn nog niet verstreken.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kan zij het beroep niet inhoudelijk beoordelen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk afgerond zonder zitting.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg verzonden ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39022

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: H. Dilerer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 11 maart 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 1] (referent) in het kader van nareis.
2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.
4. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
5. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
5.1.
De minister moet uiterlijk binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag beslissen (artikel 2u, eerste lid, Vw). De minister heeft deze termijn met drie maanden verlengd. In dit geval eindigde de beslistermijn op 9 september 2024. Nu de datum van de fax onjuist is
(28 januari 2013) is het voor de rechtbank onduidelijk wanneer de ingebrekestelling door de minister is ontvangen. De ingebrekestelling is gedateerd op 6 september 2024, het begeleidend schrijven op 5 september 2024 en in verweer geeft de minister aan dat de ingebrekestelling op 9 september 2024 is ontvangen, terwijl in de ontvangstbevestiging (van 9 september 2024) de datum van 5 september 2024 wordt genoemd. De rechtbank is van oordeel dat toen eiseres de minister in gebreke stelde – op 5, 6 of 9 september 2024 – de beslistermijn nog niet was verstreken. Dat was immers pas het geval nadat de laatste dag van de beslistermijn, 9 september 2024, was verstreken.
5.2.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
O.T. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.