Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
U vraagt mij of ik op 3 februari 2024 brand heb gesticht in [studio] van [wooncomplex] locatie aan de [adres 1] te Alphen aan den Rijn. Ja, ik heb dat gedaan. U vraagt mij hoe ik dat heb gedaan. Ik was met een aansteker mezelf aan het pijn doen en toen was het eigenlijk zo dat ik de vlam wat groter wilde hebben en toen heb ik een theedoek gepakt en daardoor is de brand uitgeslagen tot de rest van de woning. U vraagt mij wat ik met die theedoek heb gedaan. Die heb ik weggegooid omdat de vlam te groot werd. U vraagt of ik nog weet waar die theedoek op of tegen is gekomen. Nee, niet precies. Wel richting mijn bed, maar het was eigenlijk de bedoeling om de theedoek in de vuilnisbak te gooien, maar ik was toen een beetje in paniek, dus ik weet het niet precies.
U vraagt waarom ik schreef: “Ik dacht dat als ik niet meer in dit huis kon wonen dan komt er vast iets anders”.
Ik wilde heel graag naar een zorginstelling, maar die was er niet op dat moment en op dat moment dacht ik dat als er brand zou zijn geweest, er vast wat anders komt en dat ze mij niet laten zitten.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
19 maart 2025, opgesteld door psychiater Th.J.G. Bakkum.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
295 (TWEEHONDERDVIJFENNEGENTIG) DAGEN;
terbeschikkingstellingvan de verdachte;
van overheidswege zal worden verpleegd.