ECLI:NL:RBDHA:2025:6358
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang bij visumbezwaar
Verzoekster, van Syrische nationaliteit, heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar tegen de afwijzing van een visum voor kort verblijf voor familiebezoek. Zij stelt dat de vertraging in de besluitvorming haar rechtsbescherming belemmert en dat het spoedeisend belang ligt in het kunnen afleggen van het familiebezoek.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed vereist is. In deze zaak is niet gebleken dat het belang van verzoekster zodanig spoedeisend is dat onmiddellijke voorziening noodzakelijk is. De wens tot familiebezoek en onzekerheid over het bezwaar vormen geen voldoende spoedeisend belang.
Verder wijst de voorzieningenrechter verzoekster erop dat zij de minister in gebreke kan stellen bij onredelijke vertraging van de bezwaarprocedure. Gelet hierop wordt het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van spoedeisend belang.