ECLI:NL:RBDHA:2025:6360
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen omdat Spanje volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser vordert dat de Nederlandse overheid zijn aanvraag toch behandelt, stellende dat de omstandigheden in Spanje onveilig zijn en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt.
De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en stelt vast dat het beroep kennelijk ongegrond is. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak die bevestigt dat Spanje als lidstaat in beginsel voldoet aan zijn verplichtingen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing blijft. De door eiser aangevoerde problemen in Spanje, waaronder slechte opvangomstandigheden en medische zorg, zijn onvoldoende onderbouwd en bereiken niet de hoge drempel van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de Europese Commissie een inbreukprocedure is gestart tegen Spanje wegens mogelijke tekortkomingen in de implementatie van de Opvangrichtlijn, maar dit leidt niet tot het doorbreken van het vertrouwensbeginsel. Eiser heeft geen concrete ervaringen met de Spaanse procedure en opvang, en zijn vrees voor dakloosheid en discriminatie is onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep kennelijk ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter D. Biever en griffier K.A. Klarenbeek.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.