ECLI:NL:RBDHA:2025:637

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
21 januari 2025
Zaaknummer
25.316
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid opvolgend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

De rechtbank Den Haag heeft op 21 januari 2025 uitspraak gedaan over een opvolgend beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser had reeds op 7 augustus 2024 een eerder beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, dat door de rechtbank Zwolle op 6 november 2024 gegrond werd verklaard. De minister kreeg toen een termijn van zestien weken opgelegd om alsnog een besluit te nemen, tot uiterlijk 26 februari 2025.

Eiser heeft echter op 3 januari 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, terwijl de door de rechtbank opgelegde termijn nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelt dat dit opvolgend beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het prematuur is ingediend. De rechtbank baseert zich hierbij op de relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier M.A. Postma, en is zonder zitting uitgesproken conform artikel 8:54 Awb Pro. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.316

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Overwegingen

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het opvolgende beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
4. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend, zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken, nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
5. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
6. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.
7. Eiser heeft op 7 augustus 2024 reeds beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag (NL24.31028). Deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, heeft dit beroep bij uitspraak van 6 november 2024 gegrond verklaard, en de minister een termijn opgelegd van zestien weken om alsnog een besluit te nemen. De minister heeft tot 26 februari 2025 de tijd om alsnog een besluit te nemen. Voordat deze termijn is verstreken heeft eiser op
3 januari 2025 onderhavig beroep ingediend.
8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.