ECLI:NL:RBDHA:2025:6423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inzageverzoek op grond van de AVG wegens onvoldoende precisering
Eiseres heeft een inzageverzoek ingediend bij de minister van Financiën op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), waarbij zij inzage en kopieën van haar dossier vanaf 2006 en stukken met betrekking tot een klacht bij het Centraal Meldpunt Agressie (CMA) wilde verkrijgen. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat de gevraagde informatie niet onder persoonsgegevens valt zoals bedoeld in de AVG en omdat het verzoek te ongericht was.
Eiseres stelde dat zij onterecht persoonsgegevens van een andere burger ontving en dat er sprake was van datalekken, maar de rechtbank oordeelde dat deze gronden niet relevant zijn voor het inzageverzoek zelf en dat deze procedure zich uitsluitend richt op het inzageverzoek op grond van de AVG.
Verweerder gaf aan dat er geen sprake is van een samenhangend dossier en dat het verzoek onvoldoende specifiek was, waardoor hij niet verplicht was om alle applicaties te doorzoeken. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht van eiseres mocht verwachten dat zij haar verzoek zou preciseren, hetgeen niet is gebeurd. Ook werd bevestigd dat het dossier over de klacht bij het CMA op verzoek van eiseres is vernietigd, waardoor inzage daarin niet mogelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om teruggave van griffierecht af. De uitspraak is gedaan door rechter E.K.S. Mollen op 16 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het inzageverzoek wordt ongegrond verklaard.