ECLI:NL:RBDHA:2025:6428
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 6 februari 2025. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 7 april 2025 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoekster, haar gemachtigde, de gemachtigde van de minister en een tolk aanwezig.
Naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.6571) heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.