Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] ,
[minderjarige 4],
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 9 december 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegen dit besluit stelde verzoekster beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak op 19 februari 2025, waarbij verzoekster werd bijgestaan door haar gemachtigde en een tolk aanwezig was. De minister was niet aanwezig bij de zitting.
De rechtbank heeft bij uitspraak in zaak NL24.50114 het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt afgewezen.