Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer] ,
[minderjarige 4],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Somalische nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe elementen waren die relevant waren voor de beoordeling. Eiseres betoogde dat haar asielvergunning in Cyprus was verlopen en dat zij daardoor in een situatie van verregaande materiële deprivatie zou komen bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat de internationale beschermingsstatus in Cyprus wordt vermoed geldig te zijn zolang er geen individueel besluit is dat deze beëindigt. Eiseres slaagde er niet in concrete aanwijzingen te leveren dat haar status daadwerkelijk was beëindigd. Ook de stellingen over moeilijkheden bij verlenging van de vergunning en de gevolgen daarvan werden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank volgde het standpunt van de minister dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer in Cyprus in een situatie van ernstige materiële ontbering zal verkeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.