Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. M.A. de Vries en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw
mr. V.C.D. Klaassen naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
De verdachte heeft dit bewezen te verklaren feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van een maatregel
Als zijn psychotische symptomen terugkeren, wordt een matig risico op recidive verwacht.
Zijn manische symptomen, wanen en hallucinaties zijn niet zozeer agressief van aard geweest, maar hij is wel in hoge mate onvoorspelbaar gebleken.
7.De vorderingen tot schadevergoeding van de nabestaanden
- toewijzing van de vordering van [nabestaande 1] , [nabestaande 2] en [nabestaande 3] tot een bedrag van € 317.119,58 en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in de vordering voor zover deze strekt tot vergoeding van de bedragen die voor toekomstige schade zijn gevorderd, te weten een bedrag van € 15.000,- als nader te onderbouwen materiële schade en een bedrag van € 15.000,- als nader te onderbouwen immateriële schade;
- toewijzing van de vordering van [naam 2] ;
- toewijzing van de vordering van [naam 3] ;
- toewijzing van de vordering van [naam 4] ten aanzien van de posten materiële schade en schokschade en referte ten aanzien van de post affectieschade;
- de vorderingen van de benadeelde partijen – voor zover toewijsbaar – te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
- de vordering van [nabestaande 1] , [nabestaande 2] en [nabestaande 3] toewijzen tot een bedrag van € 60.000,- aan affectieschade; de vordering afwijzen voor zover deze strekt tot vergoeding van € 60.000,- aan immateriële schade (aantasting in de persoon op andere wijze) en de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze strekt tot vergoeding van materiële schade, toekomstige materiële schade en toekomstige immateriële schade;
- de vordering van [naam 2] toewijzen;
- de vordering van [naam 3] toewijzen tot een bedrag van € 17.500,- (affectieschade) en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze strekt tot vergoeding van materiële schade;
- (primair) [naam 4] geheel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering ten aanzien van de posten materiële schade, schokschade en affectieschade dan wel (subsidiair) de post materiële schade toewijzen tot maximaal € 111,41.
- Onderhoudsbijdrage à € 197.119,58;
- Nader te onderbouwen à € 15.000,-.
- Aantasting in de persoon à € 60.000,-;
- Nader te onderbouwen à € 15.000,-.
De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen met betrekking tot deze posten eveneens niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
De benadeelde partij is de moeder van het overleden slachtoffer en moet op grond van artikel 6:108, lid 4, onder c, BW als naaste worden aangemerkt die aanspraak kan maken op vergoeding van affectieschade. Het gevorderde bedrag komt overeen met het schadebedrag dat de wetgever in het Besluit vergoeding affectieschade voor deze naaste heeft vastgesteld.
- Kosten overnachting hotel in verband met de begrafenis à € 103,38;
- Kosten trouwkaarten vanwege geannuleerde bruiloft à € 261,31.
- Rustgevende medicatie (oxazepam) à € 20,69;
- Kosten consult De Vluchtheuvel 16 december 2024 à € 61,88;
- Kosten consult De Vluchtheuvel 20 januari 2024 à € 63,75;
- Kosten consult De Vluchtheuvel 17 en 24 februari 2025 à € 76,50.
8.De schadevergoedingsmaatregel
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
doodslag;
€ 60.000,-aan affectieschade, aan [nabestaande 1] , [nabestaande 2] en [nabestaande 3] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
€ 17.500,-aan affectieschade, aan [naam 2] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
€ 17.864,69, bestaande uit € 364,69 aan materiële schade en € 17.500,- aan affectieschade, aan [naam 3] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
230 dagen, waarbij de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
€ 17.500,-aan affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald ten behoeve van [naam 2] ;
67 dagen, waarbij de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
68 dagen, waarbij de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;