ECLI:NL:RBDHA:2025:6496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van sociale groep en risico ernstige schade
Eiseres, een vrouw van Algerijnse nationaliteit, diende op 25 juli 2023 een asielaanvraag in wegens vrees voor een gedwongen huwelijk en mishandeling door haar familie. De minister wees de aanvraag op 8 januari 2025 af wegens onvoldoende bewijs van vervolging als lid van een bepaalde sociale groep en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank behandelde het beroep op 19 maart 2025 en oordeelde dat vrouwen in Algerije niet als een specifieke sociale groep met een eigen identiteit kunnen worden aangemerkt. Ook werd geoordeeld dat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op mishandeling of eerwraak, mede omdat bescherming door Algerijnse autoriteiten mogelijk is en eiseres geen gebruik heeft gemaakt van deze bescherming.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eiseres uitvalt, omdat zij en haar partner zich in Algerije kunnen handhaven en het middelenvereiste niet onredelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.