ECLI:NL:RBDHA:2025:6528
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekers hebben op 9 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Na het uitblijven van een tijdige beslissing hebben zij op 20 september 2024 een tweede beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan. Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep tegen het niet tijdig beslissen, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. Om die reden is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen het niet tijdig beslissen.