ECLI:NL:RBDHA:2025:6557
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, diende op 18 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser had eerder op 4 augustus 2022 in Duitsland een asielaanvraag ingediend.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij in Duitsland een klacht had ingediend over het niet ontvangen van een beslissing op zijn asielaanvraag, en dat er geen effectief rechtsmiddel bestaat wegens systeemfouten. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een reëel risico is op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Duitsland.
De rechtbank concludeerde dat het aan eiser is om bewijs te leveren dat de Duitse autoriteiten niet adequaat op zijn klacht reageren. Het enkele overleggen van een brief en klacht volstaat niet. Verweerder heeft niet in strijd gehandeld met zijn onderzoeksplicht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.