ECLI:NL:RBDHA:2025:6559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens toewijzing hoofdzaak
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke asielzaak. Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling.
Verzoeker vroeg om opschorting van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit totdat op het beroep was beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaaknummer NL25.15294) op dezelfde dag was beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.