ECLI:NL:RBDHA:2025:658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit afgewezen door rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die bij beschikking van 12 mei 2023 was afgewezen met de verplichting tot terugkeer naar Algerije. Deze beslissing werd door de rechtbank Amsterdam en later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd.
Op 17 oktober 2024 nam de minister een aanvullend terugkeerbesluit waarin werd bepaald dat terugkeerinspanningen ook op Marokko en Tunesië gericht zouden worden. Eiser voerde aan dat de oorspronkelijke asielbeschikking en het eerdere terugkeerbesluit niet tot de gedingstukken behoorden en betwistte dat zijn verblijf in Nederland rechtmatig was beëindigd.
De rechtbank stelde vast dat de minister de relevante beschikking aan de gedingstukken had toegevoegd en gaf eiser de gelegenheid zijn beroep te onderbouwen, wat niet tot nieuwe gronden leidde. De rechtbank vond geen aanleiding het aanvullend terugkeerbesluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.