ECLI:NL:RBDHA:2025:6587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser diende op 24 januari 2025 een asielaanvraag in, die door de Minister van Asiel en Migratie op 20 februari 2025 werd afgewezen en waarbij tevens een terugkeerbesluit werd opgelegd. Eiser vertrok op 8 maart 2025 met onbekende bestemming zonder de minister of zijn gemachtigde op de hoogte te stellen van zijn verblijfplaats. Hierdoor ontstond twijfel over het procesbelang van eiser bij het beroep.
De rechtbank behandelde het beroep op 7 april 2025, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar eiser en zijn gemachtigde ontbraken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contactgegevens van eiser te hebben en niet te zullen verschijnen. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde vertrekt, geen prijs meer stelt op bescherming.
Gezien het ontbreken van contact en concrete aanknopingspunten concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer had bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken van procesbelang.