ECLI:NL:RBDHA:2025:6607

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
NL20.7966
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag met proceskostenveroordeling

Eiser heeft op 10 maart 2020 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 8 juni 2020 heeft verweerder de asielaanvraag alsnog ingewilligd. De rechtbank heeft eiser verzocht te reageren op dit besluit, maar eiser heeft niet gereageerd. Hierdoor is het beroep gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.

De rechtbank overweegt dat ondanks de niet-ontvankelijkverklaring, op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een proceskostenveroordeling mogelijk is indien het bestuursorgaan aan eiser is tegemoetgekomen. Dit is hier het geval omdat de asielaanvraag is ingewilligd.

De proceskosten worden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een lichte wegingsfactor wordt toegepast omdat het beroep alleen ziet op het niet-tijdig beslissen. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze kosten aan eiser.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.7966

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Issa),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Hogervorst).

Procesverloop

Eiser heeft op 10 maart 2020 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 8 juni 2020 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft eiser verzocht uiterlijk op 30 juni 2020 te reageren op het alsnog genomen besluit. Eiser heeft niet gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen, zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Zoals de Afdeling [2] heeft overwogen in de uitspraak van 14 augustus 2024 [3] staat een niet-ontvankelijkverklaring vanwege het ontbreken van procesbelang er niet aan in de weg dat wel kan worden bezien of in de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder in de reden voor het vervallen van het procesbelang, grond is gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Een dergelijke grond kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het bestuursorgaan aan eiser is tegemoetgekomen. Met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb is dan een proceskostenveroordeling mogelijk.
3. Blijkens rechtsoverweging 1 is sprake van tegemoetkoming aan eiser. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 17 april 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.