ECLI:NL:RBDHA:2025:6612

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000206609:B001
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning hogere beloning bewindvoerder bij voortijdige schuldsanering

De beschermingsbewindvoerder verzocht de kantonrechter om de hogere beloning voor problematische schulden toe te kennen over een periode na sanering van de schulden. De schulden van betrokkene werden kort na aanmelding bij de gemeentelijke schuldhulpverlening gesaneerd via een akkoord met schuldeisers, waardoor geen volledig saneringstraject van 18 maanden volgens MSNP of WSNP heeft plaatsgevonden.

De bewindvoerder had daardoor alleen recht op de hogere beloning over negen maanden, terwijl hij alle gebruikelijke werkzaamheden voor toeleiding naar schuldhulpverlening heeft verricht. De kantonrechter oordeelde dat het onredelijk is dat de bewindvoerder de extra uren die in de eerste maanden zijn gemaakt niet kan terugverdienen in latere maanden, en kende daarom de hogere beloning toe over een periode van 18 maanden vanaf de datum van aanmelding bij schuldhulpverlening.

De kantonrechter wees het verzoek af voor de periode na januari 2026, omdat hij niet kan compenseren voor de wetswijziging die de duur van de WSNP van 36 naar 18 maanden heeft verkort. Dit is volgens hem een zaak voor de wetgever. De beschikking werd gegeven door kantonrechter D. de Loor op 18 april 2025.

Uitkomst: De kantonrechter kent de hogere beloning toe over 18 maanden vanaf aanmelding schuldhulpverlening en wijst het verzoek voor de langere periode af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Toezicht
Locatie 's-Gravenhage
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000206609:B001
CBM-nummer
:
BM26061
beschikkingsnummer
:
2
datum
:
18 april 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

[naam] ,

handelend onder de naam [naam] t.h.o.d.n. [bedrijf] ,
[postbus] , [postcode 1] [vestigingsplaats] ,
Kamer van Koophandel-nummer [nummer] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,wonende te [adres] , [postcode 2] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 9 januari 2025.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker vraagt om met ingang van 6 december 2024 het tarief in rekening te mogen brengen conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: regeling beloning CBM).
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“Hierbij verzoek ik om een beloning voor werk rondom het aanmelden en communiceren met de gemeente rondom een schuldregelingstraject van begin tot eind. Werkzaamheden zijn o.a. stabiliseren, schulden inventariseren, dossier aanmelden bij SHV, diverse contacten hierover met gemeente en cliënt, huisbezoek ivm ondertekenen documenten, etc. In het verleden werden deze veel tijd kostende werkzaamheden beloond doordat het hoge tarief in rekening gebracht mocht worden totdat er geen problematische schulden meer zijn. In de praktijk worden de meeste werkzaamheden in het eerste jaar uitgevoerd. Zie ook Toelichting van de Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 4 november 2014, nr. 577811 houdende de invoering van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren).
Door deze werkwijze werden in het eerste jaar niet alle gewerkte extra uren betaald, maar dit werd gecompenseerd in het 2e en 3e jaar van de schuldregeling. Die schuldregeling duurde voorheen meestal 36 maanden.
Inmiddels ervaren wij sinds vorige zomer al een flinke teruggang in onze beloning voor dergelijke dossiers door de verkorting van de WSNP van 36 naar 18 maanden. Hier is nooit een compensatie voor vastgesteld. Deze verkorting is ook overgenomen in MSNP trajecten. Recent heeft de NVVK besloten om per 1 juli 2025 ook nog een 0 aanbod te gaan doen als het VTLB lager is dan het inkomen.
https://www.nvvk.nl/page/1439/2024/05/30/nvvk-wijzigt-gedragscode-schuldhulpverlening
Dat betekent in dit geval dat er bij een akkoord op een voorstel ook gelijk geen sprake meer is van schulden en het tarief dus verlaagd moet worden naar het lage tarief. Daarmee mis ik ten opzichte van de oorspronkelijke schuldregeling systematiek van 36 maanden de extra schuldenopslag-vergoeding. Zonder dat er daar een compensatie voor is gekomen moet ik nu ook nog eens die 18 maanden extra vergoeding helemaal inleveren.
Hierdoor zullen de extra werkzaamheden in het kader van de problematische schulden vrijwel onbetaald blijven. Derhalve verzoek ik u om een extra beloning toe te kennen van 18 x (151,17-116,92)= € 616.50 ex BTW.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Bij beschikking van 1 november 2021 zijn de goederen van betrokkene onder bewind gesteld vanwege verkwisting of het hebben van problematische schulden. Verzoeker is bij beschikking van 8 maart 2024 aangesteld als opvolgend bewindvoerder.
Uit de toelichting van verzoeker in de rekening en verantwoording over 2024 leidt de kantonrechter af dat betrokkene medio juli 2024 bij schuldhulpverlening is aangemeld en dat er op 6 december 2024 een regeling met alle schuldeisers tot stand is gekomen gebaseerd op het op dat moment aanwezige saldo. Betrokkene was na 6 december 2024 schuldenvrij.
In dit geval is bijzonder dat de vorige bewindvoerder wel gedurende langere tijd de hogere beloning in verband met problematische schulden heeft ontvangen. De schulden konden toen echter niet gesaneerd worden omdat betrokkene nog samen was met haar partner in een niet stabiele situatie. Pas toen beiden uit elkaar gingen en betrokkene een andere bewindvoerder kreeg kon gestart worden met het minnelijk traject.
Voor de huidige bewindvoerder, die al het werk richting schuldhulpverlening heeft verricht, heeft recht bestaan op de hogere beloning in verband met problematische schulden gedurende de periode van 8 maart 2024 tot 7 december 2024, een periode van negen maanden. De toeleiding naar schuldhulpverlening heeft daarbij ongeveer vier maanden geduurd. Als er een MSNP of WSNP was gevolgd zou die regeling 18 maanden hebben geduurd, vanaf ongeveer medio juli 2024 tot medio januari 2026 en zou de bewindvoerder gedurende die periode recht hebben gehad op de hogere beloning. Door het akkoord is hier een voortijdig einde aan gekomen, terwijl de bewindvoerder in de eerste maanden wel al de werkzaamheden die verband houden met de toeleiding naar schuldhulpverlening heeft verricht. Het is niet redelijk om dan geen gelegenheid te hebben om in de in die eerste periode gemaakte extra uren niet in latere maanden terug te kunnen verdienen.
De kantonrechter zal het verzoek van de bewindvoerder daarom toewijzen tot en met januari 2026. De kantonrechter zal het resterende deel afwijzen (de bewindvoerder verzoekt 18 maanden na 6 december 2024, derhalve tot 6 juni 2026). De kantonrechter kan niet de gevolgen van de wetswijziging waarbij de duur van de WSNP van 36 maanden naar 18 maanden is gegaan compenseren in iedere zaak met schuldenproblematiek. Het is eventueel aan de wetgever om deze gevolgen te compenseren voor bewindvoerders.

Beslissing

De kantonrechter:
- wijst het gedeeltelijk verzoek toe;
- kent aan de bewindvoerder de beloning toe op grond van artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren over de periode van 4 maart 2024 tot en met 31 januari 2026;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2025.