ECLI:NL:RBDHA:2025:6614
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend die door de minister van Buitenlandse Zaken op 29 februari 2024 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoekster bezwaar, waarop de minister eveneens op 29 februari 2024 een beslissing nam. Verzoekster heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar.
Het verzoek om voorlopige voorziening richt zich op zowel het primaire besluit als het besluit op bezwaar. Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening alleen worden gevraagd als er een beroepsprocedure tegen het besluit op bezwaar loopt.
Omdat verzoekster geen beroep heeft ingesteld tegen het bezwaarbesluit, is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek daarom niet inhoudelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroepsprocedure tegen het bezwaarbesluit.