Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende persoon geboren in 2006, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening, waarbij Spanje is aangewezen als verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser betoogt dat er in Spanje structurele tekortkomingen zijn in opvangvoorzieningen en medische zorg, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kan gelden. Hij wijst op het AIDA-rapport van mei 2024 en zijn eigen negatieve ervaringen met medische hulp in Spanje. Tevens wijst hij op een lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Spanje wegens niet volledige implementatie van de Opvangrichtlijn.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat verweerder mag vertrouwen op de nakoming van verdragsverplichtingen door Spanje. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van zodanige tekortkomingen die leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit vertrouwen bevestigd in een uitspraak van juni 2024, waarbij ook het AIDA-rapport is betrokken.
De rechtbank acht het niet bewezen dat eiser geen adequate medische zorg kan krijgen in Spanje of dat klagen daarover zinloos is. De lopende inbreukprocedure tegen Spanje leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder hoefde daarom geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om de behandeling van het verzoek aan zich te trekken. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.