ECLI:NL:RBDHA:2025:6648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod
De minister heeft bij besluit van 19 maart 2025 de opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond en aan verzoeker een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank bij een andere uitspraak op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep al uitspraak is gedaan.