Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard heeft verleend voor de bouw van een telecommast van circa 40 meter hoog. De mast wordt gebouwd ter vervanging van een bestaande mast en bevindt zich nabij recreatiegronden van verzoeker, die een recreatiewoning en een vissershut bezit. Verzoeker stelt dat de mast de recreatieve waarde van zijn gronden negatief beïnvloedt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker als belanghebbende kan worden aangemerkt vanwege de nabijheid van zijn gronden en het zicht op de mast. Er is echter onvoldoende spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat de mast uit drie delen bestaat, in één dag kan worden opgebouwd en eenvoudig weer kan worden afgebroken indien de vergunning in de bodemprocedure wordt vernietigd.
Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. Het college heeft het besluit genomen met inachtneming van het advies van de Onafhankelijke Commissie voor de bezwaarschriften en de welstandscommissie, die het bouwplan gemotiveerd heeft beoordeeld. Er is geen sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, zodat participatieplicht en het BOPA-beleid niet van toepassing zijn. De door verzoeker aangehaalde contra-expertise biedt onvoldoende grond om het besluit evident onrechtmatig te achten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, waardoor het bestreden besluit niet wordt geschorst. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.