Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf als gezinslid bij zijn voormalige partner. Deze vergunning werd ingetrokken per 9 maart 2023. Tegelijkertijd verleende de minister ambtshalve een nieuwe verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro, gericht op verblijf bij zijn minderjarige zoon, geldig tot 9 maart 2028.
Eiser stelde beroep in tegen de intrekking en het bestreden besluit, stellende dat hij recht heeft op een definitieve verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro en verwijzend naar het IVRK en jurisprudentie van het EHRM en het arrest Chavez-Vilchez. Hij betoogde dat hij procesbelang heeft omdat de verleende vergunning voorwaardelijk is en afhankelijk van de uitkomst van een omgangsprocedure.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang heeft omdat hij aansluitend aan de ingetrokken vergunning een nieuwe verblijfsvergunning heeft ontvangen met dezelfde ingangsdatum en rechtsgevolgen. De voorwaardelijke beoordeling bij de omgangsregeling leidt niet tot een nadelige rechtspositie. Ook het betoog dat het arrest Chavez-Vilchez een betere rechtspositie zou geven, werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.