ECLI:NL:RBDHA:2025:6697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 3 april 2025 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet zijn verschenen.
Eiseres stelde dat de minister onzorgvuldig handelde door geen uitstel te verlenen voor het indienen van een zienswijze, ondanks dat de tolk Kermandji moeilijk beschikbaar was en de gemachtigde een volle agenda had. De rechtbank oordeelde dat de minister het verzoek om uitstel terecht heeft afgewezen omdat niet was voldaan aan de voorwaarden uit de Vreemdelingencirculaire, waaronder het schriftelijk aantonen dat tijdig een tolk was aangevraagd.
Daarnaast voerde eiseres aan dat zij op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening recht heeft op verblijf in Nederland vanwege familiebanden en haar kwetsbare positie als jonge alleenstaande vrouw. De rechtbank stelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om af te zien van de overdracht aan Roemenië, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de minister. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter C.E. Bos en griffier F. Horst - van Dee.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.