ECLI:NL:RBDHA:2025:6706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
De eiser diende op 13 mei 2024 een opvolgende asielaanvraag in, nadat een eerdere aanvraag op 9 augustus 2023 niet-ontvankelijk was verklaard wegens internationale bescherming in Polen en sterke banden met dat land. De minister wees de nieuwe aanvraag af omdat geen nieuwe relevante elementen of bevindingen waren aangevoerd.
Eiser stelde dat hij geen verblijfsrecht meer had in Polen en dat hij na terugkeer was mishandeld vanwege zijn geaardheid, zonder dat de Poolse autoriteiten adequaat optraden. De rechtbank oordeelde dat het intrekken van de verblijfsvergunning niet betekent dat de internationale beschermingsstatus is vervallen, mede gelet op bevestiging van de Poolse autoriteiten dat eiser nog wordt toegelaten.
Verder werd geoordeeld dat de mishandeling en de wijze van afhandeling van de aangifte geen nieuwe relevante elementen vormen, omdat eiser zich in eerdere procedures al tot de Poolse autoriteiten had moeten wenden en hij de behandeling van zijn aangifte niet had afgewacht. Ook de aangevoerde wetswijzigingen in Polen en jurisprudentie over asielzoekers waren niet relevant voor zijn situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt gehandhaafd wegens ontbreken van nieuwe relevante elementen.