ECLI:NL:RBDHA:2025:6725
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens twijfel aan terugkeer Marokko
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 6 juni 2023 een visum kort verblijf aan om met zijn gezin een bruiloft en familiebezoek in Nederland bij te wonen. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens redelijke twijfel over zijn voornemen tijdig terug te keren naar Marokko. Eiser voerde aan voldoende sociale en economische bindingen met Marokko te hebben, waaronder zorg voor zijn alleenstaande zus en bedrijfsactiviteiten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de economische binding omdat eiser geen boekhouding of bewijsstukken over de herkomst van zijn inkomsten had overgelegd. Ook was de sociale binding onvoldoende onderbouwd; de verklaring van de zus was niet concreet en er was geen bewijs dat de leerplichtige kinderen toestemming hadden voor het verblijf in Nederland. De gewijzigde situatie dat eiser nu alleen wil reizen kon niet worden meegewogen.
Verder was het horen van eiser in bezwaar niet verplicht omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde en de visumaanvraag mocht afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De visumaanvraag voor kort verblijf is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van terugkeer naar Marokko.