Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 29 januari 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- de brief van 7 februari 2024, met bijlage, van de man;
- de brief van 21 februari 2024, met bijlagen, van de man;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van 16 april 2024 van de vrouw;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken met aanvullende verzoeken van 24 juni 2024 van de man;
- de brief van 24 februari 2025, met bijlagen, inhoudende aanvullende verzoeken van de vrouw;
- de brief van 28 februari 2025, met bijlagen, van de vrouw;
- de brief van 3 maart 2025, met bijlagen, inhoudende gewijzigde verzoeken van de man;
- de brief van 3 maart 2025, met bijlagen, inhoudende een aanvullend verzoek van de vrouw;
- de brief van 5 maart 2025 van de man;
- de brief van 7 maart 2025, met bijlage, van de vrouw;
- de brief van 9 maart 2025, met bijlage, van de man;
- de brief van 11 maart 2025 van de vrouw;
- de brief van 11 maart 2025, met bijlagen, van de vrouw.
Feiten
- De man en de vrouw hebben sinds 2010 een affectieve relatie gehad en zijn gehuwd op [datum] 2022 te [plaats 1] .
- Zij zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende dat zij zijn gehuwd in gemeenschap van inboedel en dat iedere andere gemeenschap tussen de echtgenoten is uitgesloten.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De vrouw is ook moeder van twee kinderen geboren tijdens een eerder huwelijk: de meerderjarige [meerderjarige] , geboren op [geboortedag 2] 2002 te [geboorteplaats 2] , en de jong-meerderjarige [jong-meerderjarige] , geboren op [geboortedag 3] 2006 te [geboorteplaats 1] .
- Deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 mei 2024 – die is verbeterd in de beschikking van 12 juli 2024 – voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat:
voorlopigde volgende zorgregeling zal gelden, waarbij zij bij de man verblijft:
- De vrouw verblijft met [minderjarige] , [meerderjarige] en [jong-meerderjarige] in de echtelijke woning.
- Uit het proces-verbaal van de behandeling in kort geding op 12 februari 2025 blijkt dat partijen afspraken hebben gemaakt over de verkoop van de woning aan de [adres 2] te [plaats 2] .
Verzoek en verweer
- het aanvullend verzoek van 24 februari 2025 van de vrouw onder i over de hypotheekrente en de aflossing op de hypotheek van het beleggingspand aan de [adres 2] te [plaats 2] ;
- het aanvullend verzoek van de vrouw van 3 maart 2025 onder xvi over de verdeling van de huuropbrengsten van het beleggingspand aan de [adres 2] te [plaats 2] .
€ 140.000,- bruto per jaar.
€ 10.786,- per maand beschikbaar was voor het levensonderhoud van partijen. De huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw bedraagt dan volgens de hofnorm € 6.472,- netto per maand (60% van € 10.786,- per maand). Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte € 7.320,- netto per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
De echtgenoten komengeen-periodieke- verrekening van inkomen overeen’. In artikel 11 is Pro opgenomen: ‘
Bij ontbinding van het huwelijk door echtscheiding of overlijden of ingeval van scheiding van tafel en bed zullen de echtgenoten de waarde van hun vermogens niet met elkaar verrekenen’. Nu er geen sprake is van een periodiek of finaal verrekenbeding, hoeft er op basis van deze bepalingen bij de echtscheiding geen vermogen te worden verrekend.
ter financiering van de Woning’.Zij stelt dat van het totaalbedrag van nog € 811.667,97 een gedeelte van
‘ [de man] en [de vrouw] wonen samen in het woonhuis aan de [adres 1] , [postcode] [plaats 1] , hierna te noemen: “de Woning”, waarvan zij ieder voor de helft eigenaar zijn. De Woning is door hen gefinancierd door middel van eigen geld afkomstig van [de vrouw] en door middel van een hypothecaire geldlening, een en ander zoals weergegeven onder 1. in het als Bijlage 1 aan deze akte gehechte overzicht. Hieruit blijkt onder meer:
- de historie van de betreffende lening;
- dat de thans bestaande lening onder meer ziet op de aflossing van een persoonlijk krediet van [de man] en een veel kleiner persoonlijk krediet van [de vrouw] ;
- dat [de man] en [de vrouw] hebben afgesproken dat [de vrouw] in verband met de door haar in de Woning geïnvesteerde eigen middelen en het feit dat de lening onder meer ziet op de aflossing van een persoonlijk krediet van [de man] , voor een kleiner deel draagplichtig is voor de hypotheekschulden dan [de man] .’
Bij vervreemding of verdeling van de Woning komt aan ieder van de echtgenoten het halve aandeel in de netto verkoopopbrengst van de Woning toe, verminderd met het deel van de lening waarvoor hij/zij draagplichtig is.’ In bijlage 1 bij de huwelijkse voorwaarden is een rekenvoorbeeld voor de aflossing ten aanzien van de woning aan de [adres 1] uitgewerkt.
€ 343.650,- terugkrijgt en dat daarna de verdeling volgens artikel 12 van Pro de huwelijkse voorwaarden moet worden gevolgd. De eigen inbreng van de vrouw is ook verdisconteerd in de afspraak dat de vrouw voor een lager percentage draagplichtig is voor de hypothecaire geldlening. Dit betekent niet dat de vrouw haar inbreng van privé geld kwijtraakt. De vrouw krijgt haar inbreng terug doordat zij per saldo een groter deel van de verkoopopbrengst zal ontvangen.
- het hierna resterende bedrag wordt bij helfte gedeeld, waarbij geldt dat de man uit zijn deel eerst 79,52% van de hypothecaire geldlening met hypotheeknummer [nummer 2] moet aflossen en dat de vrouw uit haar deel eerst 20,48% van de hypothecaire geldlening met hypotheeknummer [nummer 2] moet aflossen;
- de uiteindelijke verkoopopbrengst die dan van ieders eigen aandeel resteert moet aan partijen worden uitbetaald.
De vergoeding draagt rente vanaf het moment dat de vergoedingsplichtige echtgenoot volgens de wet in gebreke is gesteld’ziet de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding. De rechtbank zal bepalen dat voornoemd bedrag – bij gebreke van betaling binnen de door de rechtbank genoemde betalingstermijn – wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de eerste dag dat de betalingstermijn is verstreken tot aan de dag waarop de betaling geheel heeft plaatsgevonden.
Daarnaast heeft [de man] vanwege het feit dat hij volledig draagplichtig is voor genoemde geldlening nog een vordering op [de vrouw] van achtduizendachthonderdvijfentachtig euro (€ 8.885,00).’en onder punt 13:
‘ [de man] en [de vrouw] leggen hierbij vast dat er op dit moment over en weer de volgende vorderingen bestaan: een vordering van achtduizend achthonderdvijfentachtig euro (€ 8.885,00) van [de man] op [de vrouw] in verband met de financiering van het Beleggingspand en de afspraken omtrent de draagplicht voor de aangegane geldlening. (…)’Dit wordt herhaald in artikel 12 lid Pro 3: ‘
Tevens stellen de echtgenoten hierbij vast dat [de man] nog een vordering heeft op [de vrouw] van achtduizend achthonderdvijfentachtig euro
Beslissing
- in de oneven weken van woensdag 17.30 uur tot vrijdag naar school;
- in de even weken van woensdag 17.30 uur tot maandag naar school;
- Voorjaarsvakantie: ieder jaar bij de vrouw;
- Koningsnacht en Koningsdag: in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- Pasen, Pinksteren en Hemelvaart: volgens de reguliere zorgregeling;
- Meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man en in de oneven jaren de gehele vakantie bij de man;
- Zomervakantie: in de even jaren de eerste drie weken bij de man en de laatste drie weken bij de vrouw en in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vrouw en de laatste drie weken bij de man;
- Herfstvakantie: in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- Halloween (inclusief overnachting): in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- Sint Maarten (inclusief overnachting): in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- Sinterklaas: in de oneven jaren doet de vrouw de Sinterklaasintocht en heeft zij de eerste keuze voor de datum waarop Sinterklaas wordt gevierd, in de oneven jaren doet de man de Sinterklaasintocht en heeft de man de eerste keuze voor de datum waarop Sinterklaas wordt gevierd;
- Kerstvakantie: in de even jaren de eerste week inclusief beide kerstdagen bij de vrouw en de tweede week inclusief oud & nieuw bij de man, in de oneven jaren de eerste week inclusief beide kerstdagen bij de man en de tweede week inclusief oud & nieuw bij de vrouw;