ECLI:NL:RBDHA:2025:6863
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 26 november 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde verzoekster beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 23 februari 2025, samen met een gerelateerde zaak. Verzoekster was daarbij aanwezig en werd bijgestaan door haar gemachtigde, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Op de datum van de uitspraak, 23 april 2025, had de rechtbank reeds uitspraak gedaan op het beroep in de hoofdzaak. Hierdoor achtte de voorzieningenrechter het treffen van een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.W.B. Heijmans en griffier S.M. Hampsink, in het openbaar en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.